De Caeskopers. Een Zaanse koopmansfamilie in de Gouden Eeuw, Bert Koene
De Caeskopers. Een Zaanse koopmansfamilie in de Gouden Eeuw, Bert Koene

Recensent: Daniëlle Teeuwen

Bert Koene, De Caeskopers. Een Zaanse koopmansfamilie in de Gouden Eeuw

Uitgeverij Verloren, 1e druk, Hilversum 2011
ISBN: 978 90 8704 217 2

Ingenaaid, geïllustreerd (kleur), met personenregister en bibliografie

212 pagina’s
€ 25,-

De Caeskopers

Voor zijn boek over de zeventiende-eeuwse Zaanse koopmansfamilie Caeskoper had auteur Bert Koene een bijzondere bron tot zijn beschikking, namelijk het journaal (‘Nootysye Boeck’) van koopman Claas Arisz Caeskoper (1650-1729), dat hij vanaf zijn achttiende tot enkele dagen voor zijn overlijden bijhield. Dit dagboek, dat te vinden is in het Gemeentearchief Zaanstad, biedt een uniek kijkje in het leven van alledag van een familie in de Gouden Eeuw. Naast weersomschrijvingen, nieuwtjes uit het dorp en diverse trivia, kunnen we via dit geschrift meer te weten komen over de leefomstandigheden van een welgestelde familie in de zeventiende eeuw en over hoe gebeurtenissen als oorlogen en oproeren beleefd werden. Koene is zelf afkomstig uit de Zaanstreek en heeft diverse andere lokaal-historische werken gepubliceerd, zoals Goede luiden en gemene onderzaten over de middeleeuwse en vroegmoderne geschiedenis van Assendelft enStemmen uit een stille stad over het Haarlemse regentenmilieu in de negentiende eeuw.
In het eerste hoofdstuk maken we kennis van de hoofdrolspeler van het boek. Claas werd geboren op 21 december 1650 te Koog aan de Zaan, als zoon van een doopsgezinde olieslager en kaashandelaar. We lezen over zijn jeugd, de opleiding die hij genoot en over zijn huwelijk met Hillegond Cornelis Swager, die al op 24-jarige leeftijd overleed. Claas bleef toen als 23-jarige alleen achter, als vader van twee jonge kinderen. In de daaropvolgende hoofdstukken komen we meer te weten over hoe het hem vervolgens vergaan is: over zijn leven als jonge weduwnaar, zijn tweede huwelijk op 29-jarige leeftijd, en over hoe hij zijn oude dag doorbracht. Los van deze chronologische opgezette hoofdstukken, zijn er in het boek een aantal meer thematisch-gerichte hoofdstukken te vinden, bijvoorbeeld over het Zaanse doopsgezinde milieu en over het zakelijk leven van Claas Arisz. Net als zijn vader werkte Claas in de olieslagerij, waar in molens uit zaden olie geproduceerd werd. Tevens handelde hij in hout en zout en nam hij zo nu en dan deel aan de walvisvaart. Ook wordt er in het boek aandacht besteed aan de huwelijken van twee dochters uit zijn tweede huwelijk met twee broers uit de koopmansfamilie Honig, waarmee de firma Caeskoper volgens Koene ‘de kiem [is] geweest waaruit het levensmiddelenconcert Honig groeide’ (p. 8).
Ondanks dat het journaal een periode van zestig jaar bestrijkt en een verscheidenheid aan informatie biedt, zou het voor Koene onmogelijk zijn geweest om zijn boek puur op dit geschrift te baseren. Zoals de auteur zelf ook opmerkt zijn de notities vaak beknopt en zakelijk. Zo vermeldt Claas Arisz. over het overlijden van zijn vrouw slechts: ‘Donderdag 31 mei is mijn vrouw Hillegond Cornelis in de namiddag omtrent 5 uur in den Here gerust, oud zijnde 24 jaar, 11 maanden en 9 dagen’ (p. 32). Naar details en de persoonlijke beleving van gebeurtenissen die Claas Arisz omschrijft blijft het vaak gissen. Koene heeft daarom voor zijn verhaal gebruik gemaakt van een veelheid aan bronnenmateriaal en secundaire literatuur. Op die manier weet hij een evenwichtig beeld te schetsen van het leven van een koopmansfamilie in de Gouden Eeuw en de dagboeknotities in een breder historisch kader te plaatsen. Het hoofdstuk over het Zaanse doopsgezinde milieu komt bijvoorbeeld voor een groot deel voort uit literatuurstudie en biedt een gedetailleerde beschrijving van de geschiedenis van de menisten, diverse doopsgezinde gebruiken, en interne conflicten en scheuringen. Wat we te weten komen over het bedrijf van de familie Caeskoper is voor een groot deel gebaseerd op de financiële administratie en zakelijke correspondentie van de broer van Claas, Gerrit Arisz. Zelf vertelt Claas slechts in uitzonderlijke gevallen over zijn zakelijk leven; zijn dagboek richt zich vooral op gebeurtenissen in zijn privéleven.
In één van de interessantste passages uit het boek leren we hoe de familie het rampjaar heeft beleefd. De gebeurtenissen in 1672, toen de Republiek van diverse kanten werd aangevallen, zijn in het dagboek uitvoerig beschreven en over de impact die ze gehad hebben op zijn familie is Claas uitzonderlijk mededeelzaam. Toen de Franse troepen dicht naderden, besloot hij zijn waardevolle spullen in Amsterdam onder te brengen. Hij geeft als reden: ‘Ik was bevreesd dat het door de vijand en rebellen gestolen zou worden, want zij waren al tot Utrecht doorgedrongen. De toestand van ons lieve vaderland werd hoe langer hoe slechter, zodat men niet twijfelde of het gehele land zou overgaan aan de Fransen. Ik heb in mijn levensdagen geen benauwder tijd beleefd.’ (p. 25) Ook beschrijft Claas diverse tripjes, per zeilboot of op de schaats, naar de frontlinie om oorlogshandelingen te aanschouwen. Er werd in die tijd, ook wel de ‘kleine ijstijd’ genoemd, sowieso veel geschaatst. De langste tocht die in het dagboek beschreven wordt, is een ‘twaalfstedentocht’ van bijna 300 kilometer die Claas met een aantal vrienden in 1676 aflegde.
Door de informatie uit alle bronnen die Koene verzameld heeft met elkaar te combineren en samen te brengen tot een coherente familiegeschiedenis, is hij erin geslaagd om een interessant beeld te schetsen van het leven van een zeventiende-eeuwse welgestelde familie. De auteur maakt van iedere gelegenheid gebruik om diep in de materie te duiken en weet zelfs vluchtige opmerkingen in het journaal uit te werken en in hun context te plaatsen. Tot veel nieuwe inzichten leidt dit echter niet. Ook kan de vraag gesteld worden in hoeverre deze familie echt ‘model kan staan voor de ondernemende Zaanse kooplieden van de Gouden Eeuw’ (p. 7) en in hoeverre het Zaanse koopmansmilieu afweek van dat in andere delen van de Republiek, zoals Koene beweert zonder daar veel bewijs voor te leveren. Toch stoort dat bij het lezen nauwelijks. Het boek dient gelezen te worden als aanvulling op meer wetenschappelijke literatuur over de sociaal-economische geschiedenis van de Republiek. Het is gebaseerd op uitgebreid en gedegen archiefonderzoek, is zeer levendig geschreven en bovendien voorzien van diverse illustraties. Een aanrader voor een ieder die geïnteresseerd is in de Gouden Eeuw.