Een Haagse affaire. De verloren eer van Sophia van Noortwijck, Marie-Charlotte Le Bailly

Reviewer: Maria Klever

Marie-Charlotte Le Bailly, Een Haagse affaire. De verloren eer van Sophia van Noortwijck (1673-1710)

Uitgeverij Balans (Amsterdam 2013)
ISBN: 978 94 6003 630 9

Paperback, met illustraties in kleur, notenapparaat en register.

232 pagina’s
€ 19, 95

Dit boek maakt deel uit van een reeks van zes verhalen die gekoppeld zijn aan de tentoonstelling Het Geheugenpaleis van het Nationaal Archief. De tentoonstelling vertelt elf historische verhalen aan de hand van documenten uit het Nationaal Archief en is in oktober 2013 geopend. Voor de tentoonstelling is het verhaal van het schandaalproces rond Sophia van der Maa (1636?-1710) en Sophia van Noortwijck (1673-1710) vertaald naar een audiovisuele installatie.

Een Haagse affaire

Het schandaleuze proces rondom twee Haagse societydames werd in 1856 voor het eerst beschreven door Jacob van Lennep. In zijn boek De moeder en de magistraat beschreef hij op basis van informatie uit strafdossiers van het Hof van Holland de gebeurtenissen die zich rond 1700 in de hofstad afspeelden. Na een tweede publicatie van dit verhaal in 1912 door Eduard van Biema is dit jaar een nieuwe beschrijving van de rechtszaak en de schandalen daaromheen verschenen, door Marie-Charlotte Le Bailly. Deze rechtshistorica werd gevraagd om een interessant verhaal te zoeken rondom stukken uit het Nationaal Archief, en daar een boek over te schrijven in het kader van de tentoonstelling Het geheugenpaleis. Zij koos voor dit relatief onbekende maar interessante levensverhaal.
Het boek van Le Bailly draait om Sophia van der Maa (1636?-1710), weduwe van de thesaurier IJsbrant van Noortwijck (1625-1679), en haar dochter Sophia van Noortwijck (1673-1710). Sophia van der Maa was afkomstig uit de gegoede burgerij. Haar vader, Johan van der Maa, was in korte tijd rijk geworden. Ook IJsbrant van Noortwijck had snel carrière gemaakt in dienst van de stadhouder. De familie behoorde hierdoor tot de ‘nouveaux riches’ van Den Haag. Na het overlijden van haar vader en man erfde Sophie van der Maa de beide aanzienlijke vermogens, waardoor zij een van de rijkste vrouwen in de Republiek werd.
In dit eerste hoofdstuk geeft de auteur veel achtergrondinformatie, waarmee zij een beeld schetst van de wereld waarin de Sophia’s zich bewogen. Hun woning, familiebanden, vriendenkring en de minnaars van Sophia jr. worden besproken. Er wordt diep ingegaan op enkele zaken, bijvoorbeeld op het testament van de ouders van Sophia van der Maa. Deze focus op achtergrond zorgt er helaas wel voor dat het voor de lezer lang onduidelijk blijft wat er nou eigenlijk gebeurt is. Waar ging de beruchte rechtszaak over en wat is daar zo interessant aan?
Ook in het tweede hoofdstuk wordt nuttige informatie gegeven over onder meer de positie van ongehuwde, overspelige en eerloze vrouwen in de zeventiende-eeuwse samenleving. Verder worden enkele schandalen uit de familiegeschiedenis van de Van Noortwijcks en Van der Maa’s aan de lezer beschreven, waaronder het onwettige kind dat de ongetrouwde Sophia van Noortwijck kreeg. Al deze schandalen zorgden voor veel geroddel over de familie.
Eindelijk vangt op pagina 80 van het boek het verhaal van de aanloop naar de rechtszaak aan. De relatie van Sophia met Salomon Pereira, een getrouwde Joodse man, markeerde het begin van een reeks gebeurtenissen. Van Lennep en Biema schreven dat Sophia van der Maa haar dochter het contact met deze Salomon had opgedrongen. Volgens Le Bailly wilde Sophia jr. inderdaad eerst niets van hem weten. Gezien de brieven van Sophia aan Salomon, die bewaard zijn gebleven, waren zij na verloop van tijd echter zeer verliefd op elkaar geworden.
Sophia van der Maa en haar dochter bezaten een groot vermogen, maar leefden een dermate luxe leven dat zij zo nu en dan obligaties moesten verkopen en schulden maakten. Ook Salomon Pereira leefde op grotere voet dan zijn vermogen toestond. Hij onderving dit door obligaties en bezittingen die aan zijn vader Jacob Pereira toebehoorden te belenen of verkopen.
Bovenop de eerdergenoemde schandalen kwam nu de verhouding die Sophia junior had met een getrouwde joodse man, en het tweede onwettige kind dat zij uit deze relatie kreeg. Sophia en haar moeder waren in Den Haag het onderwerp van geroddel, werden op straat nagekeken en er werden over hen spottende gedichten en liedjes verspreid. Le Bailly voegt op dit punt een uitgebreide uitleg in over de verspreiding van deze liedjes. Interessant, maar het zorgt er voor dat de verhaallijn even zoek is.
Begin 1700 diende Jacob Pereira een verzoek in bij het Hof van Holland om zijn zoon, vanwege diens gedrag en hoge schulden, in een zogenoemd beterhuis te mogen opsluiten. Hierop werd Salomon gearresteerd. Sophia jr. en haar moeder hadden verschillende kostbaarheden van hem gekregen die eigenlijk aan zijn vader toebehoorden. Salomon probeerde dit te verdoelezen door valse schuldbekentenissen aan Sophia van der Maa te tekenen. Zijn frauduleuze handelingen leken in eerste instantie niet ontdekt te worden, maar zowel Salomon als de beide Sophia’s wisten niet dat het Hof van Holland naar aanleiding van het rekest van Jacob Pereira ook een onderzoek naar hun gangen had ingesteld.
Doordat Le Bailly de beschikking had over het archief van een raadsheer, heeft zij een vrij gedetailleerde reconstructie van het proces kunnen maken. In april 1700 werd een vooronderzoek naar de dames gestart en werden verschillende getuigen gehoord. Hieruit kwam naar voren dat Salomon inderdaad een buitenechtelijke relatie had met Sophia van Noortwijck en dat haar moeder deze relatie had gefaciliteerd. Het toestaan of zelfs bevorderen van overspel werd in die tijd gezien als een ergere misdaad dan het overspel zelf. De vele belastende verklaringen over het ‘goddeloze’ gedrag van de beide Sophia’s, op het gebied van geld en zeden, zorgden ervoor dat zij begin juli 1700 werden gearresteerd en opgesloten in de Gevangenpoort. Na enkele weken bekenden beide dames schuld op het gebied van de fraude, de buitenechtelijke relatie en de onwettige kinderen van Sophia van Noortwijck. Sophia jr. mocht daarop de Gevangenpoort verlaten, en kreeg huisarrest. In oktober volgde het vonnis.
Dit was echter niet het einde van de schandalen rond deze rechtszaak. Twee hoge ambtenaren van het Hof van Holland hadden misbruik gemaakt van de penibele situatie van moeder en dochter. Sophia jr. stemde onder druk in met een huwelijk met de zoon van advocaat-fiscaal Andries Hofland. Hij had haar wijsgemaakt dat haar moeder anders op het schavot zou komen, en hoopte zo de hand te kunnen leggen op een erfenis van Sopia’s grootouders. Ook griffier Simon Rosenboom had zich tijdens het onderzoek misdragen, door Sophia jr. oneerbare voorstellen te doen en spullen uit haar inboedel te ontvreemden. Sophia van Noortwijck diende na afloop van de rechtszaak tegen beide ambtenaren een klacht in. Een uitgebreid onderzoek volgde. De reputatie van beide vrouwen was na de rechtszaak echter al definitief gebroken. Sociale uitsluiting volgde voor Sophia jr..
Le Bailly positioneert haar onderzoek duidelijk tegenover de twee eerder verschenen boeken. Zij heeft alle mogelijke beschikbare bronnen gebruikt om het verhaal te reconstrueren, waar Van Lennep en Biema hierover geen beschikking hadden of deze links hebben laten liggen. De auteur benadrukt dat zij, in tegenstelling tot deze auteurs, geen moralistische bedoelingen had die tot een subjectieve geschiedschrijving leiden. Zowel Van Lennep als Biema typeren Sophia van der Maa als geldbelust, en hebben geen oog voor de sociale context van de gebeurtenissen. Le Bailly schrijft dat haar boek bedoeld is om de eer te herstellen van beide vrouwen, en meer begrip te kweken voor hun leefwereld en de ‘penibele situatie waarin zij ongewild belandden’.(p. 16) Met deze uitspraak maakt zij zich zelf echter ook schuldig aan een subjectieve insteek.
Marie-Charlotte Le Bailly heeft met dit boek een interessant verhaal opnieuw voor het voetlicht gebracht. De uitgebreide achtergrondinformatie die wordt gegeven, over onder meer beterhuizen, satirische liedjes en de rechtspositie van overspelige vrouwen is erg interessant, maar zo uitgebreid dat het afleidt van de kern van het verhaal. Door haar diepgaande juridische kennis heeft de auteur het verloop van de rechtszaak wel op een begrijpelijke manier uitgelegd. Had zij het verhaal op een andere manier opgeschreven, dan had het naast een uitgebreid feitelijk verslag van een achttiende-eeuws schandaal een spannende historische roman kunnen worden.

Maria Klever