Het vergeten korps. De geschiedenis van de koloniale reserve, Clemens Verhoeven

Reviewer: Jelmer Rotteveel

Clemens Verhoeven, Het vergeten korps. De geschiedenis van de koloniale reserve

Uitgeverij Vantilt | fragma, Nijmegen 2012.
ISBN: 978 90 814500 5 4

Geïllustreerd in zwart-wit en kleur

Paperback
256 pagina’s.
€29, 50

Het vergeten korps

In 2012 verscheen het fotoboek Het vergeten korps. De geschiedenis van de koloniale reserve van Clemens Verhoeven. Met zijn werk wil Verhoeven niets minder dan dit ‘[v]erwaarloosde chapiter terugbrengen in ons collectief geheugen’.(p. 3) Om dit te bereiken behandelt hij in vogelvlucht een aanzienlijke periode in de Nederlandse koloniale geschiedenis, van de eerste incursie in de handel op ‘de Oost’ tot het verlies van Indonesië met de soevereiniteitsoverdracht in 1949.
In 1860 gaf de kritiek op de kwaliteit van koloniale militairen – en dus het wervings- en selectiesysteem – aanleiding tot een heftige discussie in de Tweede Kamer over de toekomst van het (sinds 1832 zelfstandige) Indische leger. De publieke opinie, de veranderende koloniale ambities en de positie binnen de internationale politiek maakten verandering noodzakelijk. In Indië zorgde het vele geweld tot een groei van het Koninklijke Nederlands-Indische Leger (KNIL) tot een hoogtepunt van bijna 44.000 manschappen in 1900. De vervanging van gesneuvelden en gewonden, met name door het geweld in Atjeh, was nauwelijks bij te houden. In Harderwijk werden de kazerne en het hospitaal te klein. Het einde van de Atjeh-oorlog in 1914 bracht relatieve rust in het archipel. Er was een imperium ontstaan met een veelbelovende toekomst; hierbij hoorde niet het beeld van bebloede bajonetten. De ‘rauwe legionair’ uit Harderwijk werd verleden tijd; voortaan dienden nieuwe en meer beschaafde militairen in een nieuw op te richten legerkorps in Nijmegen te worden gelegerd, onder de naam Korps Koloniale Reserve. Het Korps begon als een experiment. Het  kreeg een veelzijdige taak; het moest voldoende Europese(!) rekruten werven voor het KNIL en vrijwilligers beoordelen op geschiktheid.
De Koloniale Reserve werd ook verantwoordelijk voor de eerste training en verscheping naar Indië. Ondanks alle inspanningen en investeringen vertoonde de Koloniale Reserve in de begintijd nog veel gelijkenissen met ‘Harderwijk’. Hier kwam verandering in toen vanaf 1909 de werving, selectie en eerste oefening voortaan alleen nog maar in een nieuw, groot en modern kazernecomplex – de Prins Hendrikkazerne – in Nijmegen plaats vond. Voor de werving werd veelvuldig gebruik gemaakt van de nieuwe media en vooral het imago van het korps zelf.
De werving van kwalitatief betere kandidaten werd geholpen door de economische crisis in Europa tijdens het interbellum en de betere vooruitzichten in Indië. De selectie werd strenger, met verschillende keuringen en onderzoeken, waarbij zowel werd gekeken naar het civiele en militaire strafblad, maar ook naar de politieke voorkeur van de proefgangers. Mannen met socialistische of communistische achtergrond konden dienstneming vergeten. De reserve werd ingezet tijdens de spoorwegstaking in 1903 en raakte betrokken bij een antisocialistische optocht in november 1918. Tijdens de beide oorlogen werd zij gemobiliseerd. In 1914 nam het korps in de omgeving van Amsterdam defensieve stellingen in. Bij de Duitse inval in mei 1940 zou de Koloniale Reserve niet als eenheid worden ingezet. Na de capitulatie werden de proefgangers geregistreerd als krijgsgevangenen en weer vrijgelaten.
Met de overgave en bezetting kwam de facto een einde aan de Koloniale Reserve. Enkele KNIL officieren en onderofficieren zouden nog wel in actie komen op de Grebbeberg, omdat zij vanwege hun ervaring waren toegevoegd aan eenheden van het Nederlandse leger. De Reserve zou na 1945 niet meer herleven. Het KNIL bleef nog wel even bestaan. Vanaf 1950 werd de ontbinding van dit leger in de Prins Hendrikkazerne (nu KNIL-centrum Nederland genoemd) afgewikkeld. Met een sobere militaire plechtigheid werd het afwikkelingsbureau op 14 maart 1951 officieel gesloten.
Verhoeven beschrijft de gebeurtenissen die leidden tot het begin (en einde) van de Koloniale Reserve in heldere, prettig leesbare taal. Zijn inleiding is betrekkelijk lang; zo beschrijft hij uitvoerig de eerste vestiging van het Nederlands gezag in de Oost, tot het verval en verlies daarvan met de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië in 1949. Dit zorgt voor meer dan voldoende context, maar gaat wellicht ten koste van het eigenlijke onderwerp; de Koloniale Reserve zelf. Hoofdzakelijk draait het werk – zoals een fotoboek betaamd – natuurlijk om het fotomateriaal. Het tweede gedeelte van het boek bestaat uit vaak prachtig gereproduceerd fotomateriaal waarin alle aspecten – zoals bijvoorbeeld de werving en opleiding, maar ook de terugkeer naar Nederland – van de Koloniale Reserve aan bod komen. Deze foto’s zijn thematisch ingedeeld in verschillende hoofdstukken, elk voorzien van een korte algemene inleiding. De beschrijving bij sommige foto’s is helaas uiterst summier; bij veel foto’s is niet meer dan een datum en een titel gegeven. Hoewel sommige handelingen uiteraard voor zichzelf spreken, was juist hier het schetsen van een bepaalde context wenselijk geweest. Desalniettemin is Verhoeven er in geslaagd een aantrekkelijk, helder geschreven en prachtig geïllustreerd werk samen te stellen. Hoewel de inprenting in het collectief geheugen wellicht wat meer voeten in de aarde zal hebben, zal Het vergeten korps hier zeker aan bijdragen.

 Jelmer Rotteveel