Nazi soundscapes. Sound, technology and urban space in Germany, 1933-1945, Carolyn Birdsall

Reviewer: Walter Broek

Carolyn Birdsall, Nazi Soundscapes. Sound, technology and urban space in Germany, 1933-1945.

Amsterdam University Press, 2012
ISBN 978 908 96 44268

Paperback
272 pagina’s
€ 39, 50

Nazi Soundscapes

Het gebruik door de Nazi’s van visuele media om de boodschap van hun politieke programma naar voren te brengen ten tijde van het Derde Rijk is bekend. Onder andere door middel van de neoclassistische architectuur van Albert Speer en Paul Ludwig Troost, de beeldhouwkunst van Josef Thorak en Arno Breker en de films van Leni Riefenstahl, zoals Triumph des Willens, werd de boodschap van de (Duitse) volksgemeenschap, het ‘Führerprinzip’ en de grootheid van de natie visueel uitgedragen.
In haar boek Nazi Soundscapes zet Carolyn Birdsall uiteen hoe de Nazi’s ook gebruik maakten van geluid, gerelateerd aan de fysieke omgeving waarin het te horen was, om hun politieke boodschap over te brengen. Gebruik makend van de term ‘soundscape’ van de Canadese componist Raymond Murray Schafer, of te wel de ‘sonic environment’, heeft Birdsall de stad Düsseldorf als uitgangspunt genomen om de ‘soundscape’ van deze stad te onderzoeken in de Weimar Republiek en ten tijde van het Derde Rijk. Birdsall brengt een aantal voorbeelden te berde die illustratief zijn voor het gebruik van geluid door de Nazi’s. Een van deze voorbeelden is het herdenkingsevenement in Düsseldorf naar aanleiding van de dood van Albert Leo Schlageter, die vanwege sabotageactiviteiten door de Franse bezetters van het Rijn- en Roergebied in 1923 was geëxecuteerd. Door middel van het doorklinken van schoten ten tijde van het herdenkingsfestival in 1933, die uiteraard ook refereerden naar de daadwerkelijke executie van Schlageter, en de honderd vliegtuigen die over het herdenkingsterrein vlogen werd de suggestie via geluid gemaakt van het ontwaken van Duitsland en haar nieuwe politieke kracht. Maar ook de toespraak van Hermann Göring met de bijbehorende echo´s die de ruimtelijkheid benadrukten van de locatie, de SA en SS troepen die terugkeerden naar de stad, het concert van Pruisische marsen, de kanonschoten die het lichtobject in de vorm van een kruis aankondigden met de tekst ‘Schlageter lebt’ en uiteindelijk het afsluitende vuurwerk gaven door middel van de visuele en akoestische elementen een allesomvattende claim weer op de stad en een verwerping van de eerdere bezetting door de buitenlandse bezetters. Maar ook reeds ten tijde van de Weimar Republiek vonden er militaire parades plaats bij dit herdenkingsterrein door de Nazi’s en werd de akoestische ruimte van het terrein ook ingenomen door het gebruik van de Lautsprecherwagen.
De reeds bestaande festivals zoals het carnaval in Düsseldorf ontkwamen niet aan de invloed van de Nazi’s door verbinden aan de culturele organisatie ‘Kraft durch Freude’. Niet alleen werden Joodse karikaturen in de carnavalsoptochten getoond door middel van kostuums die refereerden naar de ‘Ostjuden’, maar werd het Jiddisch en het ‘mauscheln’, het op lage toon spreken dat met de Joden werd geassocieerd, ook geparodieerd. Het akoestische aspect van het carnaval werd verder regionaal en zelfs nationaal verspreid aan de hand van radio-uitzendingen en zodoende werd er een nationaal geluid neergezet dat aansloot bij de idee van de volksgemeenschap. Het uitsluiten van anderen, zoals het benadrukken van het anders zijn van Joden, paste bij dit idee. De carnavals sluiten volgens Birdsall hiermee ook aan op de ‘festivalisation of the everyday’, waarbij na de machtsovername door de Nazi’s de nationale kalender werd gevuld met nieuwe evenementen en feestdagen werden toegeëigend om hun eigen gezag te legitimeren en steun voor hun bewind te verwerven.
Het gebruik van akoestische middelen bleef niet beperkt tot de periode van voor de Tweede Wereldoorlog. Juist in deze periode diende de volksgemeenschap immers ook versterkt te worden. Birdsall gebruikt hierbij de theorie van Benedict Anderson en zijn concept van een ‘imagined community’ om te onderbouwen dat er een ‘imagined listening community’ door de Nazi’s werd gefaciliteerd, onder andere door de zogenaamde ‘Sondermeldungen.’ Deze ‘Sondermeldungen’ waren bedoelde onderbrekingen van reguliere radioprogramma’s, waarbij na een korte aankondiging en fanfare muziek de laatste overwinning werd aangekondigd. Dit werd afgesloten met het meest recente soldatenlied over de desbetreffende militaire campagne. Deze ‘imagined listening community’ kwam echter door het verloop van de oorlog steeds meer onder druk te staan totdat de affectieve banden met de natie steeds meer werden ondermijnd. De akoestische controle van de Nazi’s over de publieke ruimte kon door de toenemende geallieerde bombardementen ook niet worden volgehouden.
Birdsall laat met haar Nazi Soundscapes het belang van de ‘soundscape’ zien voor de politieke cultuur van de late Weimar Republiek en het Derde Rijk. De inzet van akoestische middelen in de publieke ruimte door de Nazi’s om hun politieke boodschap over te brengen wordt onder andere door de voorbeelden van het Schlageter-festival, het carnaval in Düsseldorf en de ‘imagined listening community’ en de bijbehorende ‘Sondermeldungen’ overtuigend uiteengezet. Er blijven echter hiermee wel een aantal interessante vragen open. Wat betekent bijvoorbeeld het gebruik van de ‘soundscape’ door de Nazi’s om de boodschap van de volksgemeenschap over te brengen voor de essentie van hun beweging? Sluit dit bijvoorbeeld aan bij de stelling van Roger Griffin dat fascisme in zijn minimale en generieke vorm het beste benaderd kan worden als een revolutionaire, klasse overstijgende, anti-liberale en uiteindelijk ook anti-conservatieve vorm van nationalisme? Of te wel zijn de Nazi’s in essentie een modernistische beweging gezien het gebruik van de ‘soundscape’ om hun politieke boodschap van de volksgemeenschap over te brengen? Anderzijds roept het gebruik door Birdsall van de ‘festivalisation of the everyday  en de rituelen waarbij de ‘soundscape’ een kritische rol vervulde de vraag op of dit aansluit bij de these van Emilio Gentile dat het bij het Nazisme om een politieke religie ging gebaseerd op bloed en ras, antisemitisme en de verafgoding van Hitler. Een vergelijking met het gebruik van de ‘soundscape’ door andere regimes zoals het fascistische Italië of Sovjet-Rusland zou hierbij behulpzaam kunnen zijn.

Walter Broek