Revolutionair verval en de conservatieve vooruitgang in de achttiende en negentiende eeuw, Thierry Baudet en Michiel Visser (red)

Reviewer: Joost Westerweel

Thierry Baudet en Michiel Visser, red.,  Revolutionair verval en de conservatieve vooruitgang in de achttiende en negentiende eeuw

Uitgeverij Bert Bakker, 1e druk, Amsterdam 2012
ISBN: 978 90 351 3608 3

Paperback, geïllustreerd in zwart-wit, met informatie over de auteurs, verantwoording en namen- en zakenregisters
432 pagina’s
€ 19, 95

Revolutionair verval en de conservatieve vooruitgang

Het boek Revolutionair verval en de conservatieve vooruitgang in de achttiende en negentiende eeuw vormt een tweeluik met het boek  Conservatieve vooruitgang. De grootste denkers van de twintigste eeuw, dat eerder verscheen onder redactie van Thierry Baudet enMichiel Visser. De boeken kunnen echter goed afzonderlijk gelezen worden.

Het doel van beide boeken is, in de woorden van de redacteurs, om:‘het conservatisme in kaart te brengen door in plaats van abstracte bespiegelingen over aard en wezen van ‘het’ conservatisme, de individuele denkers die deze traditie hebben ontwikkeld en vormgegeven centraal te stellen. Zo bieden deze boeken een mozaïek in plaats van een manifest, een meerduidig familieportret in plaats van een eenduidig program.’(7)

Het centraal stellen van de individuele denkers wordt bereikt door aan elk van hen een afzonderlijk hoofdstuk te wijden van om en nabij de twintig pagina’s. De volgorde die hiervoor wordt aangehouden is een chronologische, beginnend bij Montesquieu (1689-1755) en eindigend bij Abraham Kuyper (1837-1920). Denkers die behandeld worden zijn bijvoorbeeld David Hume (1711-1776), Edmund Burke (1730-1797), Alexis de Tocqueville (1805-1859) en Jacob Burckhardt (1818-1897). Elk hoofdstuk is geschreven door een andere auteur, variërend van onafhankelijke journalist tot voormalig pastoor en van schrijver tot hoogleraar. Deze variëteit levert in elk hoofdstuk weer een andere schrijfstijl op, iets dat niet storend is maar wel merkbaar. De bijdragen zijn niet bedoeld als zware wetenschappelijke literatuur. Zo kan het voorkomen dat bijvoorbeeld in het hoofdstuk over Samuel Johnson, geschreven door Theodore Dalrymple (die van beroep schrijver is), de volgende bewering staat: ‘geen mens luisterde ooit aandachtiger en eerlijker naar de impulsen van zijn eigen geest dan Johnson.’(72) Zolang de lezer in het achterhoofd houdt wie de auteur van het hoofdstuk is en dat Revolutionair verval niet bedoeld is als diepgaand wetenschappelijke onderzoek is deze volstrekt niet-controleerbare bewering niet storend.
Verder geeft het boek geen hedendaagse interpretaties van de achttiende en negentiendeeeuwse denkers, zoals de redacteuren ook in de ‘ten geleide’ aangeven. Dit is des te interessanter, aangezien gebeurtenissen zoals democratisering, secularisering en het verdwijnen van ‘intermediaire instituties’ zoals de adel uitgebreid aan bod komen, en dus wordt beschreven hoe de denkers in die tijd tegen deze gebeurtenissen aankeken.
Wat helpt om de stukken te begrijpen is de introductie op het conservatisme die de redacteuren in de ‘ten geleide’ hebben bijgevoegd. Hierin plaatsen zij het conservatisme ten opzichte van het liberalisme en socialisme en helpen zij enkele misvattingen over conservatisme de wereld uit. Zo staat ‘conservatief’ niet per definitie tegenover ‘progressief’. In de woorden van de redacteuren: ‘Vooruitgang is zoiets als rechtvaardigheid – het is nonsens om ertegen te zijn, de relevante vraag is hoe concreet invulling te geven aan een dergelijk abstract begrip.’(7) De redacteuren onderscheiden verder twee visies op het begrip conservatisme, die elkaar echter niet uitsluiten; één waarin conservatief staat tegenover revolutionair, en één waarin vooral de procedurele en inhoudelijke verschillen met het liberalisme en socialisme centraal staan. Dit behoeft enige uitleg. De eerste visie houdt in dat het conservatisme niet denkt vanuit een bepaalde blauwdruk, zoals het liberalisme en socialisme dat wel doen. Het heeft ‘geen visie van de ideale samenleving die ongeacht tijd, plaats en omstandigheden gerealiseerd zou moeten worden.’(8) De tweede visie is iets concreter en stelt dat het ‘conservatisme het beste te begrijpen valt als het eeuwenlange verzet van de adel en de geestelijkheid tegen de oprukkende, in eerste instantie door de vorst aangestuurde, centrale staat.’(8) Dit onderscheidt geeft de lezer een duidelijk kader waarin hij het conservatisme kan plaatsen tegenover het liberalisme en socialisme. Verder onderscheiden de auteurs drie deelstromingen van het conservatisme: sceptisch, romantisch, en classicistisch conservatisme.

Het sceptisch conservatisme stelt de beperkte kenvermogens van de mens centraal, het romantisch conservatisme benadrukt de samenleving als organisch, historisch gegroeid geheel, en heeft al snel heimwee naar een al dan niet geïdealiseerd verleden, en het classicistisch conservatisme bouwt voort op het natuurrechtelijk denken van de christelijke en/of Grieks-Romeinse traditie.’(10)

Deze indeling in deelstromingen stelt de lezer in staat om gemakkelijker onderscheidt te maken tussen de denkbeelden van de verschillende denkers en maakt het boek als geheel overzichtelijker.
De meeste hoofdstukken beginnen met een korte introductie over het leven van de besproken denker. Dit is erg prettig omdat het de lezer in staat stelt de denker in de context van zijn tijd en stand te plaatsen. Het maakt namelijk voor de plaatsing van de desbetreffende theorie van de denker uit of hij bijvoorbeeld streng gelovig was of juist neigde naar atheïsme. Het is dan ook erg jammer dat het hoofdstuk over Georg Wilhelm Friedrich Hegel, geschreven door Roger Scruton, deze korte introductie mist en vrijwel direct overgaat tot zijn denkbeelden. Een lezer die weinig bekend is met Hegel, kan dit als een gemis ervaren. Het andere uiterste is het hoofdstuk over Henry Adams, geschreven door Samuel Goldman. Waar de meeste stukken een biografie hebben van ongeveer drie pagina’s wijdt Goldman er zeven pagina’s aan, een ietwat overdreven aantal. De korte biografieën zijn weliswaar prettig, maar uiteraard niet noodzakelijk om de theorieën van de denkers te begrijpen. Ook het stuk over Hegel, met afstand het meest ingewikkelde stuk om te begrijpen, is een stuk dat in begrijpelijke taal zijn denkbeelden uiteenzet.
Het gaat te ver om alle hoofdstukken afzonderlijk te behandelen in deze recensie. Wat echter alle denkers uit de bundel met elkaar gemeen hebben is dat volgens hen

de nadruk in de moderne tijd op enerzijds staat en anderzijds individu een belangrijk aspect van ons politieke bestaan onderbelicht laat…Conservatieven wijzen op dat tekort en zoeken naar manieren om de nadruk op individualisme enerzijds, en staatsmacht anderzijds, te temperen ten gunste van sociale, gemeenschappelijke waarden en instituties, zonder welke de staatsmacht in hun ogen ontspoort, de vrije markt corrumpeert, en het individu een betekenisloze abstractie blijft.’(9)

Hoewel de denkers uit de bundel dit met elkaar gemeen hebben, leggen ze andere nadrukken op de problemen van de moderniteit en bieden ze andere oplossingen. Hierdoor heeft de bundel een prettige verhouding tussen verschillen en overeenkomsten van de opgenomen denkers.
Voor iedereen die interesse heeft in een begrijpelijke en bondige inleiding in sommige van de grote conservatieve denkers uit de achttiende en negentiende eeuw is het boek zeer zeker een aanrader. Enige kennis van filosofie, vooral qua begrippen, komt van pas, maar desondanks is het ook voor de leek een erg toegankelijk boek. Voor personen die al bekend zijn met de denkers zal er weinig nieuws te vinden zijn, de stukken zijn immers ook maar ongeveer twintig pagina’s per denker. Voor personen die speciaal geïnteresseerd zijn in een bepaalde denker is het misschien verstandiger een apart werk over die specifieke denker aan te schaffen. Voor diegenen die geïnteresseerd zijn geraakt in (een) bepaalde denker(s) is het erg prettig dat aan het einde van elk hoofdstuk een korte aanbeveling van verdere literatuur is opgenomen.
Al met al is Revolutionair verval en de conservatieve vooruitgang in de achttiende en negentiende eeuw een zeer leesbaar boek en een goede introductie in het conservatisme en enkele van haar grootste denkers.

Joost Westerweel