Rijk aan de rand van de wereld. De geschiedenis van Nederland overzee 1600-1800, Piet Emmer en Jos Gommans

Reviewer: L.P.M. (Luuk) Krijnen

Piet Emmer & Jos Gommans,  Rijk aan de rand van de wereld. De geschiedenis van Nederland overzee 1600-1800 

Uitgeverij Bert Bakker (Amsterdam 2012) 1e druk
ISBN: 978 90 351 3345 7

€ 29, 95
464 pagina’s

Nederlandse invloed overzee

In Rijk aan de rand van de wereld wordt een bekend thema uit de Nederlandse geschiedenis vanuit een relatief nieuw perspectief bestudeerd. Koloniale activiteit van de VOC en de WIC worden zowel vanuit Nederland als vanuit overzeese gebieden beschouwd. Verschillen en overeenkomsten tussen overzeese expansie in enerzijds Azië en anderzijds Afrika en Amerika worden vergeleken met elkaar. Hierdoor hopen auteurs Piet Emmer en Jos Gommans de Nederlandse maritieme geschiedenis van een brede context te voorzien. Daarnaast overwegen zij in hoeverre er sprake was van een Nederlands koloniaal rijk en stellen zij de vraag ‘…hoe Nederlands was dit koloniale rijk?’ (p. 14). Bovendien willen zij ook weten of deze koloniën de Republiek zelf cultureel beïnvloed hebben. Tot slot is het onderzoek naar Nederlandse zeegeschiedenis nog verre van afgerond. Naar eigen zeggen biedt Rijk aan de rand van de Wereld

‘…naast een overzicht een agenda voor toekomstig onderzoek waarin […] Nederlandse expansie overzee, meer dan tot nu toe het geval is geweest, wordt geïntegreerd in de wereldgeschiedenis.’ (p. 15-16)

Emmer en Gommans richten zich op de politieke en economische aspecten van het maritiem verleden van Nederland, maar daar blijft het niet bij. Zij vinden het culturele element erg belangrijk en zij zoeken naar sporen van Nederlandse kunst en westerse ideologieën in 17e en 18e-eeuws Azië, Amerika en Afrika. Dit soort elementen worden vaak overgeslagen in overzichtstudies. Deze insteek is veelbelovend, maar helaas hebben Emmer en Gommans weinig Nederlandse invloed op overzeese gebieden kunnen traceren; het blijft vooral bij enkele unieke gevallen. Desalniettemin is het nuttig dat deze elementen überhaupt behandeld worden.
Het boek biedt een goed overzicht van alle overzeese locaties waar Nederland tussen 1600 en 1800 actief is geweest. De mate van Nederlandse fysieke, politieke, economische en culturele aanwezigheid alsmede de invloed van de Republiek worden aan de kaak gesteld. Als snel blijkt dat er een groot verschil is tussen het Nederlandse succes in de Aziatische en andere gebieden. Dit is allerminst een unieke bevinding. Wat wel een waardevol inzicht geeft is de verklaring voor succesverschillen binnen Azië. Volgens Emmer en Gommans is Nederland het succesvolst op kustgebieden met weinig toegang tot het achterland. De kustregio’s hebben rond 1600 een handelsgeoriënteerd karakter. Zodra er veel contact met een ontwikkeld achterland is, kan een kustregio geïntegreerd met een continentaal rijk worden. Vooral van de periode voor 1600 zijn veel voorbeelden van Aziatische nomaden die grote continentale rijken veroverden. Nederland was niet opgewassen tegen dit type concurrentie, maar had wel alles in huis om continentaal geïsoleerde kustregio’s in een maritiem netwerk te integreren (p. 276-277). Dit geeft meteen een verklaring voor Rijk aan de rand van de wereld als titel.
Een nadeel van de uitgebreide analyse van de verscheidene overzeese gebieden is dat de synthese erg lang op zich laat wachten. Pas bij de conclusies kunnen daadwerkelijk vergelijkingen gemaakt worden. Hoewel de analyses noodzakelijk zijn, passen ze niet goed in de lijn van redeneren. Hierdoor is een groot deel van het boek geschikter als studiemateriaal en naslagwerk. Nieuwe inzichten beperken zich hoofdzakelijk tot de conclusies.
Emmer en Gommans streven ernaar om de Nederlandse maritieme geschiedenis in een brede context te zetten. Dit is deels gelukt. Ten eerste is zowel de VOC als de WIC behandeld en met elkaar vergeleken. Vaak worden deze twee los van elkaar bestudeerd. Ten tweede wordt de Republiek als ontstaansgebied van de handelscompagnieën bestudeerd en ook de bestemmingen worden niet vergeten. Belangrijk is dat de interactie tussen deze elementen in beide richtingen besproken wordt. Hierdoor wordt elke neiging tot Oriëntalisme vermeden en volgt een evenwichtigere vergelijking. Ten derde, in het verlengde hiervan, worden ook culturele en ideologische factoren meegenomen in de analyse.
De context kan echter nog een stuk ‘breder’. Zo is de vergelijking tussen Nederlandse activiteiten en die van andere Europese mogendheden enigszins beperkt. Deze vergelijkingen worden namelijk alleen vanuit Nederlands perspectief gemaakt. Waarom een andere mogendheid een activiteit anders aanpakte blijft onduidelijk. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat een vergelijking tussen alle Europese mogendheden op maritiem gebied een erg groot boek zou opleveren. Het is een logische keuze om dit niet te doen. Ten tweede is de context afgekaderd binnen de tijdspanne van twee eeuwen, namelijk de 17e en 18e eeuw. Hierdoor is de context beperkt tot grofweg de bestaansperiode van de VOC. In hoeverre er continuïteit met de perioden hiervoor en hierna was, is met dit boek niet te bepalen. Wederom is de keuze tot deze afkadering van context logisch, maar laat tegelijkertijd veel vragen open. Aangezien de auteurs duidelijk een brede context nastreefden, doen deze twee factoren toch afbreuk aan de volledigheid van de vergelijking. Hoe reëel de keuzes van Emmer en Gommans ook zijn.
Daar staat tegenover dat de auteurs zelf aangeven dat hun boek te beschouwen is als een overzicht en een onderzoeksagenda. Na hun conclusies is dit ook exact de indruk die hun werk geeft. Emmer en Gommans hebben goede analyses gemaakt en hieruit  conclusies getrokken die weinig verrassend zijn, maar wel vanuit een nieuw perspectief komen. Daarnaast is hun werk een goed uitgangspunt om verder onderzoek te doen om de Nederlandse maritieme geschiedenis van een goede ‘global context’ te voorzien. Rijk aan de rand van de wereld is dus een aanrader voor actieve historici met zeegeschiedenis als interessegebied.