Soldaten, over vechten, doden en sterven, Harald Welzer, Sonke Neitzel

Reviewer: Feike Fliervoet

Soldaten. Over vechten, doden en sterven, Sönke Neitzel en Harald Welzer

(Vertaald door René van Veen, Marten de Vries en Marcel Misset, oorspronkelijke titel Soldaten, Protokolle vom Kämpfen, Töten und Sterben.)

Uitgeverij Ambo | Anthos (Amsterdam 2012)
ISBN: 978 90 263 24567

Luxe paperback
488 pagina’s
€29, 95

Soldaten

In de herfst van 2001 doet historicus Sönke Neitzel een unieke vondst in de Britse National Archives te Londen: duizenden woordelijke verslagen van gesprekken tussen krijgsgevangenen van het Britse rijk, die gedurende de Tweede Wereldoorlog systematisch blijken te zijn afgeluisterd.  Later stuit hij in de nationale archieven van de Verenigde Staten op een vergelijkbare verzameling documenten, tweemaal zo groot als de Britse. Niet eerder heeft iemand zich gerealiseerd dat deze 150.000 pagina’s aan afgeluisterde gesprekken, gevoerd door soldaten die zich onbewust waren van de mogelijkheid dat hun verhalen ooit als historische bron zouden dienen, een uniek inzicht kunnen bieden in de mentaliteit van het leger van het Derde Rijk – en van andere legers, want zo blijkt, er is niets dat de ervaringen van de Duitse soldaten wezenlijk onderscheidt van die van iedere andere soldaat. Neitzel besluit zijn vondst te delen met sociaal psycholoog Harald Welzer, en samen zetten zij een onderzoeksgroep op die de enorme hoeveelheid verslagen analyseert. In Soldaten zijn de eerste bevindingen van dit onderzoeksproject gepubliceerd.
De rode draad door de bespreking van deze bevindingen wordt gevormd door het referentiekader dat door de auteurs aan de Duitse soldaten wordt toebedeeld. Zoals in de eerste drie hoofdstukken van het boek uiteengezet wordt bepaalt het referentiekader onder andere wat door de soldaten normaal gevonden wordt, wat acceptabel gedrag is, en welke onderwerpen bespreekbaar zijn. Aangezien het leger een totale inrichting is die elk onderdeel van het leven van haar soldaten bepaalt, is er slechts één enkel referentiekader voor handen waarin geen ruimte is voor alternatieve interpretaties. Soldaten handelen zoals binnen dit gemeenschappelijke referentiekader van hen verwacht wordt, en gewelddadig gedrag is daarin een van de meest vanzelfsprekende en geaccepteerde handelingen. De krijgsgevangenen hebben het dan ook nauwelijks over het doden van vijanden of ‘de dood’, waardoor aan de toepasselijkheid van de ondertitel van het boek getwijfeld kan worden. Vechten, doden en sterven staan weliswaar centraal in het bestaan van de soldaat, maar juist omdat het alledaagse gebeurtenissen zijn komen deze onderwerpen in de gespreksverslagen maar weinig voor. Het zijn routineuze handelingen die door de soldaten louter geïnterpreteerd worden als onderdeel van hun professionele verplichting, en daarom geen uitleg of morele verantwoording behoeven. Wanneer de gruwelijkheden van de oorlog wel aan bod komen worden deze echter met eenzelfde vanzelfsprekendheid besproken als, bijvoorbeeld, de toeristische wetenswaardigheden in Rusland. De openhartigheid waarmee de Duitse krijgsgevangenen onderling spreken over hun eigen gruweldaden en het plezier en de trots die zij ontlenen aan hun ‘succesvolle acties’ zijn als lezer verbazingwekkend.
Nog onbekend met hoe de Tweede Wereldoorlog zal aflopen spreken de Duitse soldaten niet alleen over het gewelddadige gedrag waarin zijzelf en anderen betrokken zijn geweest, maar uiten zij ook hun bewondering of frustratie over zowel de vijandelijke troepen als hun medesoldaten, de legerleiding en Hitler, en discussiëren over ideologie, materieel en vrouwen. De kern van het boek bestaat uit citaten over deze en andere onderwerpen, en uitgebreide analyses hiervan door de auteurs. Vaak zijn deze analyses langer dan noodzakelijk, aangezien de afluisterverslagen over het algemeen voor zich spreken. Het herhalen van wat in de citaten gezegd wordt is dan eerder storend dan verduidelijkend. Wat blijkt is dat de Duitse soldaten zich over het algemeen maar weinig bewust waren van de samenhang van gebeurtenissen, het algehele verloop van de oorlog, of de uitzichtloosheid van hun situatie. Dit wordt allereerst verklaard doordat het op het moment zelf vaak onmogelijk was de eigen positie in groter perspectief te zien omdat hiervoor de nodige kennis ontbrak, maar ook wanneer informatie over de penibele situatie van het Duitse leger wel beschikbaar was werd deze tot in de laatste oorlogsjaren veelal ontkend of genegeerd. Zoals de auteurs uitleggen is dit een gevolg van het feit dat zij niet willen erkennen dat de zaak waarvoor zij gestreden hebben verloren is; de nutteloosheid van het eigen handelen wordt door een individu maar moeilijk geaccepteerd.
Verrassend genoeg wordt in de gesprekken maar weinig aandacht besteed aan het doel van de oorlog, en aan de Jodenvervolging in het bijzonder. In slechts 0, 2 procent van de gespreksverslagen komen antisemitische praktijken aan bod, waaruit blijkt dat dit aspect van de oorlog in de beleving van de Duitse soldaat geen centrale plek inneemt. De auteurs concluderen dan ook dat het handelen van de meeste Duitse soldaten nauwelijks gemotiveerd werd door nationaalsocialistische of antisemitische opvattingen; het gros van de krijgsgevangenen heeft niet gehandeld uit ideologische overtuiging, maar uit beroepsmatige plicht. De auteurs claimen daarom dat de mentaliteit die in Soldaten naar voren komt niet alleen karakteristiek is voor het leger van het Derde Rijk, maar ook voor ieder ander leger. Daarmee zouden de implicaties van dit boek van veel bredere toepassing zijn. De vraag rijst echter of de afwezigheid van ideologische motivatie in de afluisterverslagen geen selectie-effect is, aangezien degenen die wel gemotiveerd waren door ideologie wellicht meer bereid waren te vechten tot de dood erop volgde, en daarom niet in krijgsgevangenschap terecht kwamen. Aan deze mogelijkheid wordt door de auteurs helaas geen aandacht besteed. Desondanks biedt dit boek interessante inzichten in de belevingswereld van de soldaat, en biedt het overtuigend bewijs voor de conclusie dat niet alleen onmenselijke individuen bereid zijn tot onmenselijk geweld. Vrijwel alle afgeluisterde krijgsgevangenen waren, ongeacht hun rang, plichtsgetrouwe militairen die meewerkten aan een moordzuchtig project simpelweg omdat de situatie dit van hen leek te eisen. Soldaten vertelt hun verhaal met verve.

Feike Fliervoet