Venus achterna. De zoektocht naar de omvang van het heelal, Andrea Wulf

Reviewer: Vera Weterings

Andrea Wulf,  Venus achterna. De zoektocht naar de omvang van het heelal

Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2012
ISBN: 9789025369415

Paperback, geïllustreerd in zwart-wit en kleur, met bibliografie, register, kaarten, notenapparaat en lijsten van waarnemers
294 pagina’s
€ 22, 50

Venus achterna

Het was groot nieuws, de Venusovergang van 6 juni jongstleden: Venus was toen een paar uur lang te zien als een zwart rondje dat voor de zon langs trok. Dit fascinerende hemelverschijnsel verschijnt in paren met een tussentijd van 8 jaar. Het verschijnsel is vrij zeldzaam: het duurt meer dan een eeuw voor er weer een Venusovergang te zien is. InVenus achterna. De zoektocht naar de omvang van heelal behandelt Andrea Wulf de Venusovergangen van 1761 en 1769.
Andrea Wulf is een Engelse freelance schrijfster. Ze heeft aan het Royal College of Art geleerd voor design historica. Verder heeft ze colleges gegeven aan de Royal Geographical Society, de Royal Society in Londen, de Academy of Natural Sciences in Philadelphia, Moticello en Chicago. Eerder verscheen van haar The brother gardeners.Botany, empire and the birth of an obsession.
In Venus achterna beschrijft Andrea Wulf niet alleen de Venusovergangen van 1761 en 1769 maar ook de voorbereidingen voor en de nasleep van de overgangen, alle voorbereidingen die er bij kwamen kijken en een idee van de tijdsgeest. Het is een erg prettig te lezen boek: het leest eerder als een historische roman dan als een zwaar wetenschappelijk verhaal. Dit is erg fijn, omdat de sterrenkundige kennis an sich vrij moeilijke kost is voor de ‘gewone’ historicus. Wulf legt het gebruik van bepaalde astrologische instrumenten en waarnemingen op een zeer makkelijk te begrijpen manier uit, zonder dat het verhaal versimpeld wordt: een kunst op zich!
Sterrenkundige Edmond Halley begon in 1716 met een oproep astronomen te attenderen op de Venusovergang van 6 juni 1761. Halley, wist dat hij niet oud genoeg zou worden om de overgang mee te maken, maar wilde zijn wereldwijde collega’s het belang van de overgang laten inzien: wanneer de exacte tijdsduur van de overgang kon worden gemeten, kon de afstand van de aarde tot de zon worden berekend. Hij schreef een verhandeling waarin hij aangaf wat de astronomen moesten doen ter voorbereiding en waar de overgang het beste kon worden geobserveerd. De astronomen bevonden zich in een gunstige tijd: de tijd van de Verlichting. Wetenschap was in die tijd van groot belang, het was de tijd waarin Diderot werkte aan zijn Encyclopédie,  Linnaeus planten klassificeerde, Johnson het eerste Engelse woordenboek maakte, Hooke observaties maakte met de microscoop en Franklin experimenteerde met elektriciteit. Het was echter ook een tijd van oorlogen: er bestonden conflicten tussen de Hohenzollerns in Pruisen en de Habsburgers in Oostenrijk, er was een aanhoudende strijd tussen het Engelse koningshuis en het Huis van Bourbon, Groot-Brittannië en Pruisen vochten tegen Frankrijk en de Zevenjarige Oorlog verscheurde in Europa en de koloniën landen. Wulf stipt in haar verhaal aan dat ondanks deze tijden de wetenschappers van de verschillende landen met elkaar samenwerkten omtrent de Venusovergang.
De verschillende landen organiseerden expedities naar verre oorden om de Venusovergang te kunnen meten. Dit was vrij bijzonder in een tijd dat grote delen van de aarde nog niet in kaart waren gebracht, er nog geen gestandaardiseerde lengtemaat op aarde bestond en de klokken nog niet nauwkeurig genoeg waren om lengtegraden exact te kunnen meten. De regeringen van landen als Engeland, Frankrijk, Zweden en Rusland besloten grote hoeveelheden geld in de expedities te stoppen. De wetenschappers hadden namelijk betoogd dat de expeditie niet alleen sterrenkundige kennis zou voortbrengen, maar ook verdienstelijk zou zijn voor de handel. Dit door het verbeteren van de navigatiekaarten van de vaarroutes en het feit dat de koloniën in kaart konden worden gebracht.
Hoewel de Royal Society in Londen, de Académie in Parijs en de andere wetenschappelijke instituten in Europa vredig samenwerkten, hadden de erop uit gestuurde astronomen wel hinder van de oorlogen tussen de grootmachten. De Fransman Le Gentil was naar Pondicherry (India) gestuurd, maar kon niet aan land omdat de haven in Engelse handen was gevallen. Ook Pingré moest verder reizen omdat de oorlog met Engeland hem belette op Rodrigues aan land te gaan, hij moest naar Mauritius. Op Le Gentil na, waren alle wetenschappers op een bestemming aangekomen om de waarneming te observeren. Le Gentil was nog steeds aan boord waardoor zijn waarnemingen onbruikbaar waren: zijn slingerklok was op het stampende dek niet te vertrouwen en bovendien wist hij zijn exacte locatie niet. Ook andere astronomen hadden te kampen met tegenslagen: zo konden sommigen de overgang (niet geheel) meten door bewolking en Planmann had last van de boeren die besloten tijdens de overgang bos af te branden wat zorgde voor rook die zijn zicht belemmerde. Daarbij vertoonde de in- en uittrede van Venus met de zon een soort nevel, waardoor het leek alsof Venus een dampkring had. Dit zogenoemde zwartedruppeleffect zorgde ervoor dat de tijden waarop Venus de zon ‘aanraakte’ sterk verschilden tussen astronomen die in dezelfde sterrenwacht hun waarnemingen hadden gehouden. Dit betekende dat de waarnemingen onnauwkeurig waren. Hoewel de metingen verschilden tussen de 8, 28 en 10, 6 boogseconden betekende dit een variatie in afstand van de aarde tot de zon van 34 miljoen kilometer: tussen de 124 en 158 miljoen kilometer.
Voor de tweede overgang in 1769 werd een stuk eerder begonnen met de voorbereidingen om te voorkomen dat de astronomen te laat op hun bestemming zouden aankomen. Bovendien steunden veel vorsten de waarnemingen en expedities met geld en goederen. Vooral Catharina de Grote bemoeide zich met de planning van de voorbereidingen om zo aan te tonen dat de Russische wetenschap zich kon meten met de westerse. Ze breidde de expedities zelfs zo erg uit dat ze niet alleen van belang waren voor de sterrenkunde, navigatie en handel, maar voor de gehele wetenschap. Er moest tijdens de expedities gezocht worden naar vruchtbare grond (bodem, planten, mineralen), waardevolle gewassen en mogelijkheden voor kolonisering en verovering. Ook andere landen zoals Engeland en Frankrijk richtten zich op meerdere wetenschappelijke doeleinden.
De wetenschappers kregen al vroeg te maken met tegenslagen: zo overleed de beste instrumentenmaker James Short na de grote bestelling van Rusland. Hierdoor liep de productie van de instrumenten van Engeland en Frankrijk vertraging op. Ook leek het voor James Cook dat zijn reis naar Tahiti voor niets was geweest. Op de plaats van bestemming was hij namelijk zijn kwadrant kwijt. Zonder dat waren zijn metingen waardeloos. Na een maand zoeken vond de Engelsman zijn instrument dat was gestolen door de inheemse bevolking. Ook tijdens de tweede overgang kregen verschillende astronomen te maken met bewolking waardoor ze hun metingen niet of incompleet konden maken. Le Gentil die tijdens de eerste overgang zijn metingen niet volledig kon uitvoeren, wachtte acht jaar lang in het gebied om de volgende meting mee te maken. Hoewel hij goed voorbereid was, zat het weer hem tegen: door de bewolking zag hij niets van de overgang. Ook zorgde het zwartedruppeleffect voor onnauwkeurige metingen. Toch waren de metingen een stuk nauwkeuriger dan die van 1761: de uitkomsten varieerden van 8, 43 tot 8, 80 boogseconden en de Engelsman Hornsby kwam uit op een zonneparallax van 8, 78 boogseconden. Deze waarde ligt dicht bij de huidige 8, 79: een verschil van nog geen 1, 25 kilometer met de tegenwoordig vastgestelde 149.597.871 kilometer.

De overgangsprojecten bewezen het belang van internationale communicatie en samenwerking. Wetenschappers en denkers hadden nog nooit op zo grote schaal de handen ineengeslagen: ze lieten zich niet afschrikken door oorlog, nationale belangen of tegenslag. Hun inzet was ongekend en de internationale banden die eruit voortkwamen zijn nog lang na de overgang blijven bestaan. (p. 239)

Bovenstaand is een passage uit de epiloog van Wulf. Hierin benadrukt ze onder andere dat de overgangswaarnemingen niet alleen van nut waren voor de astrologie, maar ook nieuwe inzichten in onder andere de plantenkunde, het klimaat, ziekten, het zeeleven, de gewoonten van verschillende volken, de windpatronen, de meteorologie, etc. met zich meebracht. Sindsdien gingen ontdekkingsreizen altijd gepaard met wetenschappelijke teams, van Charles Darwin op de Beagle tot het leger van Napoleon in Egypte.
Al met al is Venus achterna een zeer informatief en helder boek waarin op een prettig leesbare manier overzichtelijk is te lezen over de voorbereidingen, successen en tegenslagen van de sterrenkundigen die in de achttiende eeuw op pad werden gestuurd om de Venusovergang te meten. Ook als je geen voorkennis van de sterrenkunde hebt, is dit boek goed te begrijpen. Het is een ware aanrader!

Vera Weterings