Verloren adel. De laatste dagen van de Russische aristocratie, Douglas Smith

Reviewer: Joost Westerweel

Douglas Smith,  Verloren adel. De laatste dagen van de Russische aristocratie

Uitgeverij Balans (Amsterdam 2012)
ISBN: 9789460036033

Paperback, met genealogie van de belangrijkste families, kaarten, zwart-wit foto’s, notenapparaat, bibliografie en register.

560 pagina’s
€ 24, 95

Verloren adel

Douglas Smith begint zijn boek over de vrijwel verdwenen Russische aristocratie met een citaat uit een Sovjetkrant van januari 1922: ‘Er bestaat geen Russische adel meer. Er bestaat geen Russische aristocratie meer…In de toekomst zal een historicus precies kunnen beschrijven hoe deze klasse uitstierf. U zult dit verslag lezen en u zult veel waanzin en afschuw voelen…’1 Deze emoties, waanzin en afschuw over het lot van de Russische aristocratie, zijn inderdaad prominent aanwezig bij het lezen van dit boek. Uiteraard was de aristocratie in de Sovjet-Unie niet de enige klasse die het zwaar te verduren kreeg vanaf de Russische Revolutie in 1917, tijdens de Tweede Wereldoorlog en daarna. Maar haar lot is in die zin extra aangrijpend dat het wel de klasse was die van het hoogste voetstuk viel en in een permanente sfeer van angst leefde. Smith heeft de manier dit lot beschreven op een manier waarbij hij het grotere geheel op schitterende wijze met de individuele tragedies weet te combineren. Aan de hand van twee voorname aristocratische families, de Sjeremetjevs en de Golitsyns, beschrijft hij het lot van de Russische adel in de periode van de Revolutie tot en met de Tweede Wereldoorlog.2
Om de tragedie in het juiste perspectief te plaatsen schetst Smith eerst  hoe het adellijke leven eruit zag vóór de Russische Revolutie. Het was een leven van ongekende weelde. De hogere aristocratie bezat vaak meerdere stadspaleizen en meerdere landgoederen op het platteland, had tientallen bedienden in die paleizen, was de eigenaar van schitterende kunstcollecties, en bezette uiteraard de beste posities in de regering. Het zal geen verbazing wekken dat dit leven in schril contrast stond met dat van de gemiddelde boer of arbeider die vaak te lijden had onder honger en oorlogen. Vele edelen hadden tegen het begin van de 20e eeuw wel in de gaten dat er storm op komst was, maar niemand had de duur en hevigheid van deze storm kunnen voorspellen. De gebeurtenissen rondom de Februari- en Oktoberrevolutie zijn al vele malen onderwerp van historisch onderzoek geweest, maar wat in dit geval opvalt is het gebrek aan verzet van de kant van de adel. Een heersende klasse die zo rijk en machtig was werd schijnbaar kinderlijk eenvoudig aan de kant geschoven. Voor een deel kan dit volgens Smith verklaard worden door de houding van de adel zelf. Het gaat te ver om te spreken van een defaitistische houding, maar velen hadden wel het gevoel dat het lot dat hen nu trof een, door god opgelegde, straf was voor het leed dat ze eeuwenlang aan de gewone Russische bevolking hadden toegebracht. De meesten wachtten dan ook de uitkomst van de gebeurtenissen gespannen maar gelaten af.
Van meet af aan was de adel het doelwit van de bolsjewieken en werden huizen, landgoederen, juwelen en andere bezittingen onteigend. Met het uitbreken van de Russische burgeroorlog verslechterde de situatie nog meer door grootschalige honger en de schijnbaar willekeurige arrestaties van leden van de voormalige aristocratie. Toch wisten velen van de families Sjeremetjev, Golitsyn en andere adellijke geslachten het hoofd boven water te houden doordat zij over kennis en vaardigheden beschikten die ook voor het Communistische regime noodzakelijk waren. Sommigen werden conservator in dienst van de overheid op hun voormalige landgoederen, anderen werden ambtenaar of bijvoorbeeld docent Frans. Met de komst van de Nieuw Economische Politiek (NEP) wisten enkelen zelfs een eigen onderneming te starten. Deze relatieve rust zou echter van korte duur zijn. In de loop van de jaren ’20 nam de kritiek op de NEP toe en stak ook de onvrede de kop op over wat de revolutie nu eigenlijk bereikt had voor de gewone Rus. Wederom werd de voormalige adel het doelwit van Sovjetpropaganda en volkswoede. Het weinige dat aristocraten nog over hadden werd hen nu afgenomen en de meesten werden ontslagen puur en alleen om het feit dat ze voormalige edelen waren.
De toestand was voor de voormalige adel altijd al schrijnend geweest vanaf de revolutie, maar het kreeg een extra dimensie vanaf 1928 met de intrede van Stalin’s Grote Breuk en het eerste Vijfjarenplan. De hetze tegen ‘uitgerangeerde mensen’ oftewel mensen die als sociaal onwenselijk werden beschouwd, waaronder de voormalige adel, nam hysterische proporties aan. Deze mensen waren altijd al doelwit geweest van willekeurige arrestaties, maar vanaf 1928 namen deze hand over hand toe. De veiligheidsdiensten zagen overal ‘anti sovjetactiviteiten’ en reageerden dienovereenkomstig met arrestaties, verbanningen, het weigeren van paspoortuitgifte, ontslagen en korting op de voedselrantsoenen. Alle leden van adellijke families waren verdacht, ook de kinderen die na 1917 waren geboren. Verreweg de meerderheid van de leden van deze families hebben voor kortere of langere periode in een gevangenis gezeten en velen ook in de beruchte ‘werk’kampen waar ze vaak niet levend uitkwamen. De laatste klap die het definitieve einde zou betekenen van de Russische aristocratie was de Grote Terreur in de jaren 1937 en 1938. Volgens betrouwbare bronnen zou de NKVD 1.575.259 mensen hebben gearresteerd, waarvan er 1.344.923 zouden worden veroordeeld en daarvan 681.692 gefusilleerd (438). Tegen 1940 was het bovengenoemde citaat waarheid geworden en was de Russische aristocratie als klasse door onder andere onteigening, sterfte, en ballingschap verdwenen uit de Sovjetmaatschappij. Slechts enkele individuen zouden de val van de Sovjet-Unie meemaken.
Deze schrijnende menselijke tragedie wordt door Smith in aangrijpende bewoordingen beschreven. Het boek leest zeer vlot en hoewel de Russische namen soms wat moeilijk zijn zal de lezer hier al snel geen moeite meer mee hebben. De indeling van het boek van 476 pagina’s in 29 hoofdstukken en de aanwezigheid van voldoende witregels versterkt de leesbaarheid verder. De toevoeging van foto’s van de hoofdpersonages maakt dat de lezer zich nog beter kan inleven in het lot van de verschillende individuen en hun ellende. Hoewel het in die zin een treurig boek is weet de auteur ook anekdotes aan te halen van volhardende mensen, van moed, trots, en hoop op een betere toekomst.
Vreemd genoeg is Verloren adel het eerste systematische en uitvoerige onderzoek dat verschenen is over dit onderwerp. Dit is volgens de auteur voor het grootste deel te verklaren uit het feit dat tot aan Gorbatsjov de geschiedenis van de adel na 1917 geen acceptabel onderwerp was in de Sovjet-Unie voor onderzoek. Met dit werk heeft Smith gepoogd in deze lacune te voorzien en is daar, mijns inziens, uitstekend in geslaagd. Het is een zeer goede aanvulling op de geschiedenis van de Sovjet-Unie tussen de revolutie en de Tweede Wereldoorlog. Ook voor personen die niet in het bijzonder geïnteresseerd zijn in Russische geschiedenis is dit een absolute must-read.

Joost Westerweel


1 Krasnaja gazeta [De rode krant] (Petrograd), nr. 10, 14 januari 1922.

2  Zoals hij zelf uitlegt heeft hij voor de ondertitel het woord ‘aristocratie’ gekozen omdat het grootste deel van het boek handelt over de aristocratische families. Hij beschrijft echter het lot van de gehele adel.